Goh moet ik een blog schrijven over mijn ouders?!

Mijn ouders. Wat moet ik daarover zeggen? Ik heb niet zoals de meeste mensen een band met mijn ouders. Ik zie ze en het zijn mijn ouders, maar voor de rest heb ik er niks mee.

Ik was heel lang enig kind. Pas toen ik 8 jaar was, kwam mijn broer erbij. Hierdoor hebben mijn broer en ik altijd in andere fases gezeten. Toen ik naar de havo ging, kwam hij net op de basisschool en verder. Pas nu wordt het verschil een beetje rechtgetrokken.

Mijn vader werkt in het onderwijs en was nooit thuis. Het enige wat ik van hem weet is, dat als ik thuis kwam met een 8. Het enige wat hij zei was, “waarom heb je geen 10?”. Bij mijn broer heeft het effect dat hij harder ging leren. Bij mij was het effect dat ik helemaal niks meer deed. Of ik nu thuis kwam met een 1 of 9, het antwoord was hetzelfde. Door mijn rebelse gedrag ben ik hierdoor blijven zitten in de derde klas.

Mijn moeder had een eigen bedrijf aan huis. Dus ze was wel altijd thuis, maar zat altijd in haar kantoor. Mijn ouders hadden in het huis een soort winkel (kleding, groenten en slagerij) voor mij gebouwd. Prachtig met alles erop en eraan. Alleen had ik er niks aan, want ik was alleen thuis, dus ik kon er alleen mee spelen als ik vriendinnen meenam of er was bezoek. Dus na schooltijd was ik altijd bij vriendinnen (want bij hun thuis was het wel gezellig) tot we gingen eten.

Ik wist van vriendinnen dat als ze thuis kwamen dat hun ouders hun aanmoedigde of iets leuk vonden, ook al was het oerlelijk. Als ik iets vertelde, was er altijd commentaar of meteen “tips” hoe het beter moest. Ik weet nog heel goed dat ik een dag thuis kwam met een kleurplaat -ik was toen vijf of zes- Ik was hardstikke trots op die kleurplaat. Het enige wat mijn moeder zei was:

“Je bent drie keer buiten de lijntjes gekomen met het kleuren”

En hij verdween in de oud papierbak. Op een gegeven moment besloot ik helemaal niks meer te vertellen, op die manier is er ook geen commentaar. Alles heb ik altijd zelf opgelost en geregeld.

Toen ik ging studeren, probeerde ik zoveel mogelijk daar te zijn en anders was ik op mijn werk. Ik probeerde zo laat mogelijk thuis te zijn, dan hoefde ik ook niet met ze te eten. Toen ik ging werken, had ik het eerste jaar een opdracht aan de andere kant van het land. Dus ik woonde doordeweeks niet thuis en in de weekenden was ik meestal ook de hort op. Na één jaar besloot ik een huis te kopen en weg te gaan.

Dus ja, mijn ouders. Ik kan een heel liefdevol verhaal op gaan houden, maar voor mij zijn het mensen die mij op de wereld hebben gezet, maar voor de rest heb ik geen band met ze. Soms kan ik hier door best jaloers zijn op mensen die dat wel hebben, die lachend met hun moeder door de stad lopen. Maar het is goed zo.

Link naar de rest van The 30 Days Challenge